De innerlijke criticus van pestkop naar bondgenoot

Hoe kan ik omgaan met zelfkritiek zodat ik er niet zo onder gebukt ga?

We kennen allemaal wel die innerlijke stem die alleen maar commentaar geeft op dat wat niet goed gaat of fout aan ons is. De stem die schuldgevoelens en schaamte oproept en waar we  onzeker en zelfs somber van kunnen worden. Die ons blokkeert in ons creatieve proces. Of daar waar we veel plezier in zouden kunnen beleven het ons juist moeilijk maakt. 

We zijn ons vaak niet bewust van  deze  kritische stem  of denken dat wij dat zelf zijn.  Misschien denk je nu: “dat is toch een stem in mij, dat ben IK toch!?”

Ja en nee. Het is een deel van ons. Deze kritische stem, laten we hem verder  de innerlijke criticus noemen, zou je kunnen zien als een waakhond.

We ontwikkelen in ons leven verschillende delen. Dat wil zeggen, sommige eigenschappen werden in ons gezin van herkomst of cultuur erg gewaardeerd, anderen juist niet.

De eigenschappen waar we positieve reacties op kregen ontwikkelen we verder en laten we aan de buiten wereld zien. De delen, reacties, eigenschappen echter die er niet mochten zijn verstoten we en laten we juist niet zien. Deze komen vaker op in fantasieën en dagdromen. 

Al die delen, die je ook ikken of sub-personen kunt noemen hebben als het ware leefregels, een motto: zo hoort het en zo hoort het niet. De innerlijke criticus let er op of je wel leeft volgens de regels van de delen die je primair hebt ontwikkeld.

Als voorbeeld neem ik de pleaser, een deel dat we bij onszelf of anderen wel herkennen. Een van de regels van de pleaser is dat je altijd eerst aan anderen moet denken en het hen vooral  naar de zin moet maken. Zo hebben al je primaire delen hun eigen regels waarnaar geleefd moet worden.

Als je in dit voorbeeld neigt om nu eens eerst aan jezelf te denken, laat de innerlijke criticus zich horen. Hij zal je er op wijzen dat je het niet goed doet. De innerlijke criticus wil eigenlijk voorkomen dat je gekwetst wordt. Want vroeger als kind kreeg je op je donder als je eerst aan jezelf dacht.

Echter met al zijn goede bedoelingen worden we, wanneer we niet geleerd hebben bewust om te gaan met de innerlijke criticus, niet gelukkiger van deze zelfkritiek.

Sterker nog: als er 90 % zelfkritiek is, is er nog maar 10 % over voor eigenwaarde. We kunnen dus sterk gebukt gaan onder de innerlijke criticus.
Hij is een bron van veel lijden. Hij is nooit tevreden.

Hebben we in onze kindertijd veel kritiek ervaren, dan is de kans groot dat we een sterke innerlijke criticus hebben ontwikkeld. Het kritiek dat we kregen van met name onze opvoeders, hebben we geïnternaliseerd,  en zo ontstaat de innerlijke criticus.

Wanneer je deze kritische stem herkent en erkent dat jij dat niet bent, maar dat het een stem is in jou, een deel in jou is, ontstaan er al ruimte. Ruimte om er naar te kijken. Je valt er niet meer mee samen.

Dat geeft al ruimte om te kunnen kiezen hoe je je verhoudt tot de stem. En hoe je de stem ziet. En dat bepaald hoe je met de stem omgaat.

Ik ga er vanuit dat elke stem in ons, een positieve intentie heeft. Je zou het de functie kunnen noemen.  En met de functie wil je iets bereiken en/of voorkomen. 

De functie van de innerlijke criticus is ervoor waken en daarmee voorkomen dat we iets doen wat een negatieve reactie kan oproepen bij een ander. Hij wil ons ervoor beschermen dat een ander ons bijvoorbeeld afwijst. De pijnlijke ervaring van ons afgewezen voelen kennen we vanuit ons kind zijn.  En met alle macht wil de Innerlijke criticus dit innerlijk kinddeel dat nog steeds in ons leeft beschermen voor het gevoel van afgewezen te zijn. 

Voor een klein kind was deze ervaring levensbedreigend, omdat een kind afhankelijk is van zijn of haar verzorger om te overleven. Nu als volwassenen zijn we niet meer afhankelijk en kunnen we deze pijn dragen.  Als we er zo mee omgaan kan er ruimte ontstaan om de onderliggende angst voor de pijn te erkennen en te voelen.
Om er vervolgens als een zorgzame ouder voor te zorgen. 

Op deze manier hoeft de innerlijke criticus niet zo waakzaam te zijn.  Er kan meer begrip en zelfs mildheid en mededogen ontstaan voor de innerlijke criticus.  De innerlijke criticus zelf wordt ook milder. En zo kunnen we er een positievere relatie mee opbouwen.

De innerlijke criticus transformeert van een pestkop naar een bondgenoot. 

 

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Plaats een reactie